Het funderingstype van een woning bepaalt sterk het risico op verzakking en de aanpak bij herstel. In Nederland komen grofweg vier typen veel voor.
Houten paalfundering
Veel gebruikt tot circa 1975, vooral in West-Nederland op slappe veen- en kleigrond. Houten palen blijven intact zolang de paalkop permanent onder het grondwaterpeil staat; bij een dalende grondwaterstand ontstaat paalrot of bacteriële aantasting.
Betonnen paalfundering
Vanaf de jaren zestig steeds gangbaarder, bestand tegen wisselende grondwaterstanden omdat beton niet aan houtrot onderhevig is. Wel gevoelig voor betonrot (betonschade door corrosie van de wapening) bij oudere, minder duurzaam uitgevoerde palen.
Fundering op staal
Een ondiepe fundering rechtstreeks op een dragende grondlaag, gebruikt bij woningen op een van nature stevige ondergrond, zoals delen van Oost- en Zuid-Nederland. Minder kwetsbaar voor grondwaterschommelingen, maar gevoelig voor zettingsverschillen bij naastgelegen bouwactiviteit.
Fundering op staal met verbeterde ondergrond
Bij nieuwere bouw, zoals in Almere, wordt de grond vaak eerst verdicht of verbeterd voordat op staal wordt gefundeerd, wat het risico op verzakking bij nieuwbouw beperkt houdt.
Houten paalfundering: kwetsbaar bij dalend grondwater
Betonnen paalfundering: gevoelig voor betonrot bij oudere uitvoering
Fundering op staal: gevoelig voor zettingsverschillen
Verbeterde ondergrond (nieuwbouw): doorgaans het meest stabiel
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik welk funderingstype mijn woning heeft? Dit staat soms in het bouwdossier bij de gemeente; ontbreekt dat, dan stellen we het vast via een funderingsonderzoek met sondering en eventueel een paalinspectie.
Is een fundering op staal per definitie beter dan een paalfundering? Niet per se; het hangt af van de lokale bodemgesteldheid. Op slappe grond is een paalfundering vaak juist de meest stabiele keuze.